Begroting 2020

Lokale heffingen

Landelijke ontwikkelingen

Amendement Omtzigt

Gemeenten krijgen de vrijheid om voor sportaccommodaties, dorpshuizen, en andere sociaal belang behartigende instellingen en goede doelen het lagere woningtarief in rekening te brengen voor de
onroerendezaakbelastingen (OZB) in plaats van de hogere tarieven voor niet-woningen.  
Dit volgt uit het op 18 december 2018 door de Eerste Kamer aangenomen Belastingplan 2019 met daarin het amendement Omtzigt. Het is dus geen verplichting voor gemeenten maar een beleidskeuze.
Er zijn echter nog teveel kanttekeningen en de budgettaire gevolgen van eventuele beleidskeuzes zijn nog ongewis. De VNG heeft hierover ambtelijk overleg gehad met het ministerie van BZK. De conclusie is dat een wetswijziging noodzakelijk is om dit goed te regelen. Het enkel geven van een (nadere) toelichting is onvoldoende. Het wijzigen van een wet duurt over het algemeen zo'n twee jaar.
Dat betekent dat de rechtsonzekerheid en de gevolgen, die het toepassen van nieuwe artikel 220f lid 2 meebrengen voorlopig dus blijven. Pas na de noodzakelijke wetswijziging kunnen we gefundeerd de opties en de (financiële) consequenties onderzoeken en eventuele beleidskeuzes maken.

Taxeren op gebruiksoppervlakte

Sinds 1 juli 2011 is het verplicht om de gegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) te gebruiken voor WOZ-taxaties. Dat gold niet voor het gebruik van de gebruiksoppervlakte. De meeste gemeenten en belastingsamenwerkingsverbanden taxeren de woningen op basis van de bruto inhoud. Ook onze gemeente taxeert op basis van bruto inhoud. In september 2016 heeft de Waarderingskamer het besluit genomen dat, met een overgangstermijn van vijf jaar, alle woningen verplicht moeten worden getaxeerd op basis van de gebruiksoppervlakte van de BAG. Het besluit van de Waarderingskamer om hier op over te gaan, sluit veel beter aan op de beschikbare openbare gegevens. De marktinformatie die we gebruiken bij het taxeren van woningen is in de meeste gevallen gebaseerd op de gebruiksoppervlakte van de woning. Daarnaast is het in het kader van het stelsel van basisregistraties “eenmalige inwinning meervoudig gebruik van gegevens” een logische stap.
De inspanning om deze gegevens in te winnen en te verwerken is voor alle uitvoeringsorganisaties groot. Taxeren op gebruiksoppervlakte in plaats van bruto inhoud leidt niet tot afwijkingen in het waardeniveau van objecten.

Overschrijding macro-norm

Volgens cijfers van het onderzoeksinstituut COELO stijgt de totale landelijke OZB-opbrengst in 2019 met € 163,4 miljoen, een stijging van 4,07%. De landelijke macronorm voor 2019 is 4%. Dat betekent dat de OZB-opbrengst landelijk € 2,8 miljoen meer is gestegen dan zou mogen volgens de macronorm.
Vanaf 2020 wordt een benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Daarmee komt een einde aan het monitoren met de macronorm.