Begroting 2020

Financiële hoofdlijnen

Financiële hoofdlijnen

Financieel beeld

Het gaat goed met Nederland. De economie groeit ook in 2019 en 2020 door, zij het op een gematigder tempo dan de afgelopen jaren. Het Rijk profiteert – via hogere belastinginkomsten – mee van deze groei. Het overheidssaldo komt volgens de Voorjaarsnota van het Rijk uit op een overschot van 0,9 procent van het BBP en de staatsschuld schommelt rond de 50 procent van het BBP.
Wrang is het daarom om te constateren dat het Rijk de Nederlandse gemeenten niet laat mee profiteren. Weliswaar heeft het Rijk in haar Voorjaarsnota € 1 miljard vrij gemaakt voor de tekorten Jeugdzorg. Daar zijn we vanzelfsprekend blij mee, maar het betreft incidenteel geld en biedt geen structurele oplossing. Tegenover deze geste van het kabinet staan forse tegenvallers waar gemeenten als gevolg van besluitvorming van het Rijk mee worden geconfronteerd. We noemen: 1) de onderbesteding van het Rijk hetgeen via de trap-op-trap-af systematiek resulteert in forse negatieve bijstellingen van het gemeentefonds, 2) de (opschalings)korting van € 1 miljard op het gemeentefonds en 3) de te verwachten tekorten op het BTW compensatiefonds welke leiden tot een lagere algemene uitkering uit het gemeentefonds.

Extern onderzoek (Benchmark Nederlandse gemeenten van BDO Accountants & Adviseurs) laat zien dat de financiële positie van Nederlandse gemeenten in het afgelopen decennium sterk is verslechterd. Tal van gemeenten hebben reeds aangekondigd dit jaar te moeten bezuinigen om tot een sluitende begroting te komen. Onder dit financieel gesternte is dit laatste in de komende jaren ook voor onze gemeente een uitdaging. Daarbij dienen we – naast bovengenoemde gevolgen van Rijksbeleid – ook oog te houden voor de knelpunten en risico’s waar we verder mee worden geconfronteerd. In de weerstandsparagraaf worden deze risico’s zichtbaar gemaakt. We noemen hier specifiek de structurele gevolgen van invoering van de Omgevingswet met ingang van 2021 en de op termijn (2024) wegvallende rentebaten van onze Essent uitzettingen.
Voor 2020 presenteren we een reëel sluitende begroting. Zonder taakstelling is er structureel echter sprake van een tekort.

Bedragen x € 1.000

2020

2021

2022

2023

Uitkomst Begroting 2019 na actualisatie

2.223

2.176

2.162

2.162

Begrotingsvoorbereiding 2020

-823

-1.031

-864

-520

CAO

-164

-1.442

-1.442

-1.442

Aanpassing afschrijvingssystematiek

1.029

378

910

494

Uitkomst bestaand beleid

2.265

81

766

694

Totaal nieuw beleid exploitatie

-1.532

-1.392

-842

-916

Totaal nieuw beleid investeringen (kapitaallasten)

-569

-623

-1.189

-1.288

Opschalingskorting

-

-800

-1.700

-2.800

Taakstelling

-

2.734

2.965

4.310

Concept uitkomst meerjarenbegroting

164

-

-

-

Taakstelling

In dit meerjarenbeeld is een oplopend tekort zichtbaar waarvoor een taakstelling aan de orde is. Op basis van de meest recente berekeningen verwachten we deze periode dat we het jaarlijkse tekort binnen het sociaal domein op kunnen vangen binnen het Sociaal en Zorgfonds. We blijven de druk richting het Rijk maximaal opvoeren om structureel toereikende middelen beschikbaar te stellen voor het sociaal domein.
Omdat het begrotingsjaar 2020 nog sluitend is, benutten we de komende periode om met u in gesprek te gaan over de keuzes die wij moeten maken voor 's-Hertogenbosch. Wij zullen hiertoe allereerst separaat een procesvoorstel aan u voorleggen. Daarbij is ons streven om gelijktijdig met de Voorjaarsnota 2021 de uitkomsten van dit proces te presenteren.  Hierbij zal natuurlijk ook aandacht gegeven worden aan het dilemma over de onzekerheid van het nemen van maatregelen die later niet nodig blijken te zijn, als het Rijk bijvoorbeeld toch met extra middelen over de brug komt.
Ook het nieuw beleid dat in deze begroting is gepresenteerd betrekken we bij deze voorbereidingen en wordt nu dus vooralsnog alleen voor 2020 beschikbaar gesteld.
Tevens committeren we ons aan een actieve bestuurlijke lobby richting het rijk, aangezien de huidige tekorten voornamelijk worden veroorzaakt door voor ons externe factoren.

Ruimte Raad voor actuele ontwikkelingen

Binnen deze begrotingsuitkomst is structureel een bedrag van € 40.000 ter vrije beschikking voor de raad opgenomen. Dit bedrag kan ingezet worden om amendementen bij de begrotingsbehandeling van dekking te voorzien. Op die manier kan de raad direct inspelen op actuele ontwikkelingen ten tijde van de behandeling.
Vorig jaar bedroeg deze vrije ruimte € 100.000. Bij behandeling van de Voorjaarsnota heeft de gemeenteraad de wens uitgesproken om de subsidie aan de lokale omroep te verhogen. De benodigde middelen (€ 60.000) zijn uit de vrije ruimte van de raad onttrokken.

Structuurfonds
In de Voorjaarsnota 2020 hebben wij alle posten uit het structuurfonds nog eens tegen het licht gehouden. U heeft besloten een 5-tal projecten te laten vervallen. Het betreft Avenue A2, Zwembad-West, Koersnota: parallelweg naar A59, Koersnota: Overige Projecten en het St. Jans museum. Bij de behandeling van het raadsvoorstel Actualisatie Stedelijke Bereikbaarheidsstrategie en –agenda heeft u middels een amendement besloten om een onderdeel van de Koersnota als zelfstandig project te handhaven als toekomstige maatregel. Het betreft de Doortrekking van de Vogelstraat. Tenslotte leggen wij u gelijktijdig met deze begroting een drietal raadsvoorstellen voor om projecten op te nemen in het structuurfonds. Het betreft Knooppunt Station, Uitvoering herinrichting Binnenstadsring en Verkabeling hoogspanningslijnen. Op dit moment zijn de middelen binnen het structuurfonds ontoereikend om alle projecten van dekking te voorzien. Ongedekt is een bedrag van € 78 miljoen. Op termijn komt wel dekking beschikbaar uit het grondbedrijf en deelnemingen. Het potentieel beschikbare bedrag van € 42 miljoen is niet direct beschikbaar. De timing van inzet voor projecten is doorslaggevend. Op het moment van voteren van uitvoeringskredieten ten laste van het Structuurfonds dienen de afdrachten/dotaties gerealiseerd te zijn, zodat met zekerheid dekking aanwezig is.
Los van de timing van afdrachten/dotaties en realisatie van projecten is het niet mogelijk alle projecten financieel te voorzien van dekking. Daarvoor zijn extra afdrachten/dotaties aan het Structuurfonds noodzakelijk. Een verhoging van de investeringsruimte met € 10 miljoen  vraagt een structurele verhoging van de jaarlijkse afdracht met € 0,3 miljoen. Om het totale tekort af te dekken is derhalve een bedrag van ongeveer € 1 miljoen structureel noodzakelijk. Het is niet nodig dit in 2020 te realiseren, maar op termijn zullen we hier wel rekening mee moeten houden.

Woonlasten
Een van de uitgangspunten van ons tarievenbeleid is te voorkomen dat de woonlasten in onze gemeente zullen worden verhoogd anders dan met een inflatiecorrectie. Daarbij worden verhogingen dan wel verlagingen van Rijksbelastingen doorvertaald naar gemeentelijke heffingen. Onder woonlasten wordt in dit verband verstaan: OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing.
De inflatiecorrectie van 1,94% hebben we voor de tarieven 2020 toegepast. Daarnaast zijn we genoodzaakt om de verhoogde wettelijke afvalstoffenbelasting op het verbranden van restafval door te rekenen in het tarief van de afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing stijgt als gevolg daarvan met meer dan alleen de inflatiecorrectie.

Afhankelijk van de WOZ-waarde stijgen de woonlasten voor woningeigenaren met ongeveer 4,2% tot 5,0%. De woonlasten voor huurders stijgen met 7,74%.
De lokale lastendruk voor een bedrijf stijgt beperkt ten opzichte van 2019 met 1,9%. Dit komt met name door het doorrekenen van de inflatiecorrectie in het OZB tarief.

ga terug