Begroting 2020

Financiële positie

Algemene uitkering

Algemene uitkering

De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de door het ministerie van Binnenlandse Zaken opgestelde (gecorrigeerde) meicirculaire gemeentefonds van 17 juni 2019. In deze circulaire wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen van de algemene uitkering voor de jaren 2019 tot en met 2023, gebaseerd op de voorjaarsbesluitvorming van het Rijk.

Baten

De raming van de algemene uitkering, gebaseerd op het prijspeil 2020, is € 296,584 miljoen. Deze raming hebben wij verhoogd met de door het Rijk ingehouden verdeelreserve 2017-2020. Daarmee bedraagt de totale raming € 297,024 miljoen.

Genoemd bedrag is inclusief integratie- en doeluitkeringen (zoals Beschermd wonen, Voogdij 18+, participatie, etc.) die via de algemene uitkering binnenkomen, maar exclusief een inschatting van het BTW-compensatiefonds. Op basis van de realisatiecijfers over 2018 is in de begroting 2020 een stelpost opgenomen van € 0,3 miljoen. Dit is € 2 miljoen minder dan in de begroting 2019.

Ontwikkeling

De algemene uitkering stijgt in 2020 met € 12 miljoen ten opzichte van de begroting 2019 na wijziging. Hiervan wordt € 8,2 miljoen toegeschreven aan specifieke tegenposten, € 3,8 miljoen heeft geen specifieke tegenpost. Hiervoor kan onderstaande verklaring worden gegeven (bedragen x € 1 miljoen):

Omschrijving

Bedrag

Accres

4,8

Ontwikkeling basisgegevens/uitkeringsbasis

-0,6

Raadsvergoeding kleine gemeenten

-0,1

Opschalingskorting

-0,4

Bijdrage landelijk infopunt Omgevingswet

-0,1

Overige mutaties (o.a. verdeelreserve)

0,2

Totaal

3,8

Accres

De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens de normeringssystematiek (trap op, trap af) hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van de algemene uitkering. De jaarlijkse toename of afname van de algemene uitkering, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd.
Het accres 2020 laat ten opzichte van de begroting 2019 na wijziging een voordelig effect zien van € 4,8 miljoen.
Het accres is lager dan in eerdere circulaires aangegeven omdat het Rijk de verwachte ontwikkeling van de lonen en prijzen neerwaarts heeft aangepast en rekening heeft gehouden met lagere gasbaten.
Het nu bepaalde accres is overigens nog geenszins een vaststaand gegeven. De afgelopen jaren hebben ons geleerd dat bij de komende circulaires (tot en met september 2020) nog (forse) bijstellingen mogelijk zijn. Over 2018 bijvoorbeeld is in de meicirculaire 2019 nog een fors lagere afrekening opgenomen, voornamelijk omdat de rijksuitgaven in 2018 stukken lager bleken dan begroot.

Ontwikkeling basisgegevens/uitkeringsbasis

Lokale ontwikkelingen (bijvoorbeeld hogere opbrengsten van de onroerendezaakbelasting) hebben rechtstreeks effect op de hoogte van de algemene uitkering. Landelijke effecten worden via de uitkeringsfactor verrekend. Per saldo zijn de effecten van de lokale en landelijke ontwikkelingen € 0,6 miljoen nadelig. Een belangrijke verklaring voor dit nadeel is de grotere afname van bijstandsontvangers dan landelijk. Binnen de systematiek van de verdeling van het gemeentefonds worden wij hierdoor gekort op de algemene uitkering.

Verhoging raadsledenvergoeding kleine gemeenten

Gemeenten tot 24.000 inwoners krijgen een hogere bijdrage uit de algemene uitkering om de vergoeding aan raadsleden te kunnen verhogen. In 2018 had het Rijk hiervoor nog € 10 miljoen extra beschikbaar gesteld, maar vanaf 2019 vindt er een herverdeling binnen het gemeentefonds plaats, waardoor alle gemeentes bijdragen aan deze kosten. Voor onze gemeente betekent dit een nadeel van € 0,1 miljoen.

Opschalingskorting

Het vorige kabinet heeft een uitname van het gemeentefonds opgenomen in verband met lagere apparaatskosten van gemeenten. Dit was ingegeven door het feit dat schaalvergroting van gemeenten zou plaatsvinden en daardoor de apparaatskosten zouden dalen. De verplichting tot schaalvergroting is komen te vervallen. De bezuiniging is echter blijven staan. Ook het nieuwe kabinet heeft deze maatregel niet geschrapt. Jaarlijks wordt een oplopend bedrag uitgenomen, oplopend tot € 975 miljoen in 2025. Het effect hiervan is een nadeel van minimaal € 0,6 miljoen jaarlijks, wat cumulatief dus oploopt tot € 8,5 miljoen in 2025. Een deel van het nadeel is volgens de rekensystematiek van het gemeentefonds toegerekend aan het sociale domein, waardoor in 2020 budgettair een nadeel van € 0,4 miljoen resteert.

Bijdrage landelijk infopunt Omgevingswet

Op 18 december 2018 hebben de VNG, het IPO, de UvW en de Minister van BZK de beheeroverkomst Digitaal stelsel Omgevingswet landelijke voorziening (DSO-LV) ondertekend. De overeenkomst regelt onder andere de inhoud en de uitvoering van de beheertaak, de financiering en de samenwerkingsafspraken voor een optimale werking van het DSO-LV. Op grond van de beheerovereenkomst DSO-LV gaan gemeenten vanaf 1 januari 2020 jaarlijks € 18 miljoen bijdragen aan de kosten van het basisniveau DSO-LV en het informatiepunt Omgevingswet. Nadeel € 0,1 miljoen.

Overige mutaties (o.a. verdeelreserve)

Een gedeelte van de algemene uitkering wordt door het Rijk niet direct aan de gemeenten uitgekeerd, maar als reservering apart gehouden. In deze begroting hebben wij de verdeelreserve 2017-2020 wel als inkomst meegenomen. Per saldo leiden de overige mutaties tot een voordeel van € 0,2 miljoen.

Taakmutaties

De belangrijkste taakmutaties zijn als volgt (bedragen x € 1 miljoen):

Taak

Bedrag

Sociale domein: WMO

2,2

Sociaal domein: Beschermd Wonen

0,9

Sociale domein: Jeugdzorg

1,8

Sociaal domein: extra Rijksmiddelen Jeugdhulp

2,7

Sociaal domein: Invoering Wvggz

0,2

Overig

0,4

Totaal

8,2